Casus 9 - Geen kans
DOI:
https://doi.org/10.54195/handelingen.25723Samenvatting
Het volgende was er aan de hand. Een echtpaar (R en D) is in gelukkige verwachting. Bij de 20-wekenecho blijkt het zoontje het syndroom van Edwards te hebben. Dit houdt ernstige afwijkingen in: het kindje is niet levensvatbaar. Vanuit het ziekenhuis krijgen de ouders de vraag mee: ‘Laten jullie deze zwangerschap afbreken? Het kind heeft geen enkele kans.’ De ouders voelen dit als een dilemma: mag deze zwangerschap afgebroken worden? Het leven van de moeder loopt vooralsnog geen gevaar. R heeft al meer tegenslagen in het leven gehad. Hij neemt het heel zwaar op: ‘Als ik het verkeerde doe, zal God mij straffen.’ Van zijn moeder hoor ik dat hij bang is om vanuit de kerk voor het blok gezet te worden. D staat er wat anders in. Ze heeft geen kerkelijke achtergrond. Ook zij voelt de verantwoordelijkheid, maar ziet minder de hand van God in dit alles: ‘Dit kan gebeuren en het gaat erom dat we hier goed doorheen komen.’

