Casus 8 - Gesprek met een ‘aanstelster’

Auteurs

DOI:

https://doi.org/10.54195/handelingen.25721

Samenvatting

In de psychiatrische instelling waar ik stage loop, ben ik bij de viering een oudere cliënte tegengekomen die mij vroeg eens op haar kamer langs te komen. Als ik de week daarop bij haar aanklop, blijkt ze ziek. Van de pittige en krachtige dame die ik heb ontmoet, is niet veel over, lijkt het. Ze zegt zich erg ziek te voelen, maar toont zich tijdens het gesprek ook heel bedroefd en gegriefd. Iemand van het personeel heeft haar een aanstelster genoemd en dit punt komt telkens terug als ze afwisselend moe, verontwaardigd en verdrietig huilend haar verhaal doet. Overigens, ik weet wel dat zij bekend staat als een wat lastige dame die eigenlijk ‘particulier’ had willen verblijven in een andere instelling maar dat door omstandigheden niet kon. Ook merkte ik tijdens de viering dat de verzorgenden moeite hadden met haar nogal commanderende en soms zelfs wat hautain overkomende manier van doen. Ik probeer haar een luisterend oor te bieden en mee te leven in haar ziek zijn en haar gevoel van miskend worden, zonder partij te trekken (haar negatieve gevoelens over de verpleging voeden lijkt mij niet behulpzaam). Als ik wegga, zit het mij wel dwars. Ik vraag me af of de verpleging wel beseft hoe zo’n 
uitlating deze ogenschijnlijk zo ‘stoere’ mevrouw raakt. Maar al zou ik zeker van mijn zaak zijn – wat ik absoluut niet ben – en dit bespreekbaar willen maken …: in deze instelling wordt de vrijplaatsfunctie onverkort gehandhaafd; niets van wat mevrouw zegt, mag worden doorgegeven aan anderen. 

Downloads

Download data is not yet available.

Downloads

Gepubliceerd

2013-12-01

Citeerhulp

Casus 8 - Gesprek met een ‘aanstelster’. (2013). Handelingen: Tijdschrift Voor Praktische Theologie En Religiewetenschap, 40(4). https://doi.org/10.54195/handelingen.25721