Casus 5 - ‘Een pilletje kan mij er bovenop helpen’

Auteurs

DOI:

https://doi.org/10.54195/handelingen.25715

Samenvatting

De heer K. is ongeveer 70 jaar oud; hij is ongehuwd en heeft langere tijd alleen gewoond nadat zijn moeder is overleden. Hij is enig kind van zijn ouders. Meneer werkte in een vleesfabriek en is op z’n veertigste werkloos geraakt. Daarna heeft hij nooit meer gewerkt. Meneer heeft weinig contacten. De buren zoeken hem zo nu en dan op en zijn zijn contactpersonen. De contacten met de familie zijn verwaterd. Vroeger logeerde hij wel bij neven, maar nu ziet hij hen haast niet meer. Meneer heeft in het ziekenhuis gelegen en woont/verblijft sinds twee maanden op de palliatieve afdeling van het verpleeghuis. Hij heeft kanker en de inschatting is dat hij niet meer zo lang te leven heeft. Kortgeleden heeft de geestelijk verzorger op verzoek van de verpleegkundige een kennismakingsgesprek gehad met meneer. Uit dit gesprek blijkt dat meneer geen idee heeft van de ernst van zijn ziekte en het perspectief. Bij navraag meent de verpleegkundige dat meneer door de arts op de hoogte is gesteld van zijn ziekte. Meneer is alleenstaand en heeft nauwelijks een netwerk om zich heen. Hij lijkt nauwelijks besef te hebben van de ernst van zijn situatie en zijn perspectief. In het gesprek met de 
geestelijk verzorger vertelt hij dat hij mogelijk een virus heeft en dat een pilletje hem er weer bovenop kan helpen. Dan kan hij weer naar huis, oppert hij. Maar eigenlijk weten de artsen niet goed wat hij heeft, vertelt hij. De manier waarop meneer contact maakt doet me denken aan mensen met een stoornis uit het autismespectrum, maar in het dossier is daar niets over te vinden. Meneer lijkt er belang bij te hebben zijn werkelijke situatie niet onder ogen te zien. Op de afdeling ziet hij om zich heen mensen sterven en is daardoor geraakt.

Downloads

Download data is not yet available.

Downloads

Gepubliceerd

2013-12-01

Citeerhulp

Casus 5 - ‘Een pilletje kan mij er bovenop helpen’. (2013). Handelingen: Tijdschrift Voor Praktische Theologie En Religiewetenschap, 40(4). https://doi.org/10.54195/handelingen.25715