1998/5 Het veranderend beroep van predikant Ter nagedachtenis aan Tine de Jong Artikelencluster: Het veranderend beroep van predikant Gerben Heitink, Het veranderend beroep van predikant Willy F. van Stegeren, De betekenis van ‘functieprofielen van predikanten' voor een predikantsopleiding Bernard Rootmensen, De geloofsontwikkeling van studenten. Bespiegelingen bij een casus Marijke Spijkerboer, 'Nu ik werk, weet ik wat ik weten wil.' Over andere eisen aan de predikantsopleidingen Gideon van Dam, Waarop lopen (beginnende) predikanten vast?
Artikelencluster: Het Eerste Testament in theorie en praktijk van de liturgie Gerard Ris, Het Lectionarium van 1969. Uitgangspunten na dertig jaar Ad Blijlevens, Reflecties op het Romeinse lezingenboek. In het bijzonder op de verhouding tussen Eerste en Tweede Testament daarin
Overige artikelen Corja Menken-Bekius & Gerben Heitink, ‘Maar ik zal Het niet meer zien. In gesprek mer Tine de Jong Gerben Heitink, Ontwikkelingen in de praktische theologie (7). Een kroniek
1998/4 Pastoraat en veranderende relaties Editieredactie: Eddy Hallewas, Corja Menken-Bekius & Jos Pieper De afgelopen decennia is in onze West-Europese samenleving in hoog tempo veel veranderd in de relatiepatronen van mensen. Dit geldt in het bijzonder voor de duurzame relatie van twee mensen, zoals die vorm krijgt in een huwelijk of een andere levensverbintenis. Wie zich verdiept in literatuur uit de jaren vijftig, toen (naar men zegt) 'geluk nog gewoon was', of films uit die tijd ziet, realiseert zich hoe onvoorstelbaar snel het inderdaad is gegaan. Deze ontwikkelingen brengen de pastor in een bepaald spanningsveld. Enerzijds heeft de pastor te maken met de christelijke traditie en de eigen (geloofs)overtuiging, anderzijds met individuele paren die vaak heel verschillende achtergronden hebben. Enerzijds is er de kerk, waar op een bepaalde wijze over het huwelijk wordt gedacht (gedachten die terug te vinden zijn in de vormgeving van de liturgie bij gelegenheid van een huwelijk), anderzijds verlangen veel paren die in de kerk willen trouwen een ritueel dat aangepast is aan hun persoonlijke situatie. Een ritueel voor een stel dat na vier jaar samengewoond te hebben, gaat trouwen en daar Gods zegen over vraagt, lijkt een andere functie te hebben dan die van het markeren en begeleiden van de overgang naar een nieuwe levensfase. Welke betekenis hecht men aan deze stap? Wat wordt hier van de kerk verlangd en welke consequenties heeft dat voor de symbolische handelingen die in de viering worden gebruikt? Hoe vrij kan of mag een pastor te werk gaan bij het doorvertalen van de boodschap van het evangelie naar de specifieke situatie waar deze mensen zich in bevinden? De discussie die na de huwelijksviering van Maurits en Marilène is ontbrand over het ter communie gaan van niet-katholieken, toont een diepe kloof tussen het leven en de (officiële) leer van de kerk. Tachtig procent van de Nederlanders had daar geen enkele moeite mee (veel ondervraagden reageerden zelfs uitgesproken positief), slechts zeven procent kon zich er niet mee verenigen, onder wie alle bisschoppen. Zo lijkt eveneens een meerderheid van de bevolking geen bezwaren te hebben tegen het homohuwelijk. In de kerk is dit een thema dat hier en daar voor grote beroering zorgt, zowel op het hogere beleidsniveau (kerkorde!) als op het grondvlak. Over de vraag hoe pastoraal omgegaan moet worden met het interreligieuze huwelijk is nog nauwelijks echt nagedacht, terwijl het aantal gemengd gehuwden groeit. Uiteraard werken sociaal-culturele veranderingen in het denken over duurzame intieme relaties ook door in de pastorale begeleiding van mensen met relatieproblematiek. Echtscheiden is een maatschappelijk aanvaard verschijnsel geworden. Het lijkt voor een toenemend aantal paren de beste weg om hun problemen op te lossen. Wat betekent dit gegeven voor het pastoraat? Lang niet alle paren die zich voor de zegening van hun huwelijk tot de kerk hebben gewend, kloppen ook bij de pastor aan als er problemen zijn. Als ze dat wel doen, dan is het nog maar de vraag of de pastor over voldoende kennis en ervaring beschikt om deskundige begeleiding te bieden. Waaraan kan de pastor zich in voorkomende gevallen oriënteren? Wat moet hij/zij doen, en wat vooral niet? Als een scheiding onvermijdelijk is, zou een echtscheidingsritueel dan helpend kunnen zijn, als teken van betrokkenheid van de gemeente, in wier midden men de zegen over het huwelijk heeft ontvangen? Waar zou zo'n ritueel dan op gericht moeten zijn en hoe zou het eruit kunnen zien? Om al deze vragen enigermate onder één noemer te brengen, vroegen wij als subredactie de auteurs die aan dit themanummer meewerken, hun bijdragen vanuit de volgende probleemstelling vorm te geven: Welke consequenties hebben de genoemde sociaal-culturele veranderingen voor het beleid van de kerk en het handelen van de individuele pastor, met name op het gebied van liturgie en pastoraat?
Het opzet van dit nummer is als volgt: Deel I: Nadere uitwerking van de probleemstelling in de vorm van een cultureel-sociologische analyse van de veranderingen zoals die zich in de Nederlandse samenleving met betrekking tot het huwelijk en andere levensverbintenissen hebben voorgedaan. Deel II: Een globale veldverkenning in een aantal artikelen van en vanuit de (pastorale) praktijk. Hierbinnen is er aandacht voor de huwelijksvoorbereiding, het homoseksuele huwelijk, het interreligieuze huwelijk, het huwelijkspastoraat en het echtscheidingsritueel. Deel III: Een drietal artikelen waarin op een meer theoretisch-reflexief niveau wordt ingegaan op de beschreven problematiek. Het betreft een artikel over de veranderingen in de vormgeving van het burgerlijke en kerkelijke huwelijksritueel; een artikel niet enige (rooms-katholieke) kerkrechtelijke overwegingen rond relaties in beweging en een artikel met een aantal reflecties aangaande het zegenen van levensverbintenissen in de verenigde protestantse kerk. Ten slotte sluiten twee leden van de subredactie het nummer af met het uitlichten van enkele centrale thema's, die tezamen de rode draad van alle verhalen lijken te vormen.
DEEL I – Nadere uitwerking van de probleemstelling Corja Menken-Bekius & Jos Pieper, Pastoraat en veranderende relaties. Ten geleide (329) Sipco Vellenga, Relaties in beweging (332) DEEL II – Veldverkenning Jos Pieper, Huwelijksvoorbereiding als catechese (348) Corja Menken-Bekius, De koster had maar één tafeltje voor het bruidsboeket (357) Adrie van Andel, Vragen om een zegen: daar zeg je toch geen nee tegen. Actuele ervaringen met het zegenen van niet-huwelijkse relaties in een kerkdienst – een verhaal uit de praktijk (365) Gé Speelman, Interreligieuze huwelijken: leren leven met verschillen (371) Anne Westerduin, Huwelijksbegeleiding in de Gereformeerde Bond. Pastorale zorg aan echtparen met huwelijksproblemen binnen het orthodoxe deel der Nederlandse Hervormde Kerk (378) Jan Bodisco Massink, Pastorale begeleiding van echtparen met relatieproblematiek (385) Sytze de Vries, Werkelijk ‘à Dieu’? Over doel en zin van een ritueel bij echtscheiding (394) DEEL III – Theoretische reflectie Gerard Rouwhorst, Veranderingen in de vormgeving van het huwelijksritueel (403) Piet Stevens, Ius sequitur vitam? Enige canoniekrechtelijke overwegingen rond relaties in beweging (418) Eddy Hallewas, Gezegend samen op weg. Over het zegenen van levensverbintenissen in de verenigde protestantse kerk (431) Corja Menken-Bekius & Jos Pieper, Schipperen tussen leven en leer (450)
1998/3 De pastor als theoloog. Over de betekenis van theologische theorie voor het pastoraal handelen Editieredactie: Tjeu van Knippenberg & Hans Schilderman Het is niet toevallig dat in de redactie van Praktische Theologie het idee opkwam om via een themanummer in te gaan op de betekenis die de theologische theorie heeft voor het pastoraal handelen. Deze relatie is enerzijds vanzelfsprekend, anderzijds is er op vele plaatsen een kritische vraag over de feitelijke verhouding. Zo wordt binnen de beweging van de Klinische Pastorale Vorming al jarenlang de constatering herhaald dat theologie als zodanig hooguit een bijrol vervult in het pastorale gesprek. Niet iedereen is daar tevreden mee. Want waarom zou je een schat aan inzichten, collectief totstandgekomen door de eeuwen heen en persoonlijk verworven in de arbeid van een jarenlange studie, laten liggen? Of is het een verborgen schat? Is zij wel een eigen bijdrage om er de werkelijkheid mee te verstaan? Hoe moeilijk is het om theologisch verkregen inzicht te communiceren? Om in dit themanummer op het spoor te komen van een antwoord op deze vragen, is er gekozen voor een driedelige opzet. Het eerste deel is algemeen en inleidend. Onder de titel De pastor als theoloog wordt de verhouding tussen theologie en pastoraal handelen nader geëxploreerd. Door de bijdrage Kritieke incidenten in de pastorale arbeid krijgt u inzicht in de methode die is gebruikt om pastores in staat te stellen verslag te doen van de feitelijke relatie die zij hanteren tussen theorie en praktijk. In het tweede deel staan de interviews die met vier pastores zijn gehouden. De artikelen bevatten het verslag van een reeks gebeurtenissen en van de wijze waarop pastores daarmee omgingen. Zij geven het resultaat van de incidentbeschrijving door de pastor en van een gesprek daarover tussen betreffende pastor en de schrijver van het artikel. Het derde deel bevat reflecties op en naar aanleiding van de praktijkverslagen. Een systematisch-theoloog, een godsdienstpsycholoog en twee praktisch-theologen gaan vanuit hun disciplines in op wat zij waarnemen in de gehanteerde praktijk-theorie-verhouding.
Tjeu van Knippenberg, Ten geleide (189) INLEIDEND Tjeu van Knippenberg, De pastor als theoloog (191) Hans Schilderman, Kritieke incidenten in de pastorale arbeid (206) PRAKTIJK Gerben Heitink, ‘Ik ben meer theologisch bezig dan ik dacht…’ (218) Wim Rooijakkers & Martine Bakema, Kerk en geloof (230) Nelleke Boonstra, Gemeenteperikelen en de rol van de predikante (246) Hans Siemerink, Een stervende mens is op weg naar God (259) REFLECTIE Wiel Logister, Vrijmoedige reflecties naar aanleiding van ‘critical incidents’ (268) Rein Nauta, Theologie als handicap (281) Rein Brouwer, Descriptieve theologie van de pastor (291) Hans Schilderman, Naar een pragmatische hermeneutiek van pastoraal optreden (309)
1998/2 Tijdens het LPO V (Landelijk Pastoraal Overleg), gewijd aan het thema 'Evangelisatie in een klimaat van dialoog', was 'gemeenschap' een van de invalshoeken. De lezing die Ernest Henau over dit onderwerp hield, vindt u in dit nummer afgedrukt. Zijn betoog bestaat uit drie delen. In het eerste deel bespreekt hij de huidige situatie van de kerk, alsmede de inadequate reacties die deze situatie oproept. In het tweede deel gaat de auteur in op het eigene van het christelijke geloof en op de gevolgen die dit heeft voor de empirische gestalte van de kerk. Aansluitend daarbij stelt hij de vraag naar de voorwaarden waaronder een 'communicatief geloofsmilieu' of 'geloofsgemeenschap' tot stand kan komen. Het derde deel bevat enkele slotbeschouwingen. In het tweede artikel plaatst mw. Hans Alma kritische kanttekeningen bij het gangbare ontwikkelingsdenken in de psychologie. Ook bij het denken over geloofsontwikkeling wordt ontwikkeling meestal opgevat als beweging, volgens verschillende stadia die een vaste volgorde kennen, in de richting van een voorgegeven doel. De auteur schetst een theoretisch alternatief dat meer rekening houdt met de variatie in individuele levenslooptrajecten en met de culturele bepaaldheid van de gehanteerde criteria om van ontwikkeling te kunnen spreken. Enkele implicaties van dit theoretische perspectief voor het denken over geloofsontwikkeling worden besproken. Visitatie is in protestantse kerken het instituut waarin de kerk of het kerkverband omziet naar de plaatselijke gemeente. Dat gebeurt in de vorm van een bezoek vanuit de classis aan een gemeente, veelal eens in de vier of vijf jaar. In dit artikel gaat Jan Hendriks in op de vraag hoe een visitatie zó vorm kan krijgen dat zij de opbouw van de gemeente dient. Daarbij gaat hij achtereenvolgens in op drie deelvragen: wat is opbouw van de gemeente; hoe kan de visitatie daaraan een bijdrage leveren; welke vorm zou het bezoek concreet kunnen krijgen? Hij eindigt met een pleidooi om de visitatie te intensiveren. In plaats van de gebruikelijke literatuurberichten ditmaal twee uitgebreide boekbesprekingen. Maarten den Dulk bespreekt het boek van A. Houtepen (God een open vraag), waarin deze ons aanmoedigt om het met een goed geweten over God te hebben, zonder daarbij uit intellectuele bezorgdheid de bekende aanhalingstekens ('God') aan te brengen. Jan Visser bespreekt het boek van A. Verheule (Angst en bevrijding), bestemd voor mensen die hun eigen angsten willen verstaan en vooral voor pastorale werkers die anderen in hun angst willen helpen.
Ernest Henau, Kerk-zijn in een gedifferentieerde samenleving. Over geloof, gemeenschapsvorming en individualisering (105) Hans Alma, (Geloofs)ontwikkeling in levensloopperspectief (122) Jan Hendriks, Visitatie: geleidingsmiddel voor gemeenteopbouw (140) Maarten den Dulk, Over A. Houtepen, ‘God een open vraag’. Theologische perspectieven in een tijd van agnosme. Boekbespreking (159) Jan Visser, Angst en bevrijding. Bespreking van Anthonie F. Verheule, Angst en bevrijding. Theologisch en psychologisch handboek voor pastorale werkers (170)
1998/1 Inloopcentrum In 1996 promoveerde Sake Stoppels op een proefschrift waarin hij het inloopcentrum beschreef als vorm van kerkelijke presentie. Het hart hiervan vormt een beschouwing waarin elf bouwstenen worden gepresenteerd als 'piketpaaltjes' voor de vormgeving van een inloopcentrum. Bij een bespreking hiervan in een kring van predikanten kwam de vraag naar voren of deze criteria niet evenzeer gelden voor andere vormen van gemeente-zijn. Dat was voor de redactie aanleiding om Stoppels te vragen 'zijn' elf bouwstenen nog eens kort te typeren. Vervolgens werden drie pastores uitgenodigd vanuit de eigen werksetting te beschrijven in hoeverre zij deze elf bouwstenen ook toepasbaar achten voor hun eigen werk en voor de eigen gemeente. Dat leidde tot drie reflecties: van Paula Irik vanuit en over haar werk in het kader van DISK; Ariette Toornstra, predikant in een zogenaamde achterstandswijk; Jos van der Sterre, predikant van een 'gewone' gemeente. Kunnen zij hun 'gemeente' beschrijven vanuit de elf bouwstenen? Is dat mogelijk en geeft dat perspectief? In haar artikel 'Levenswijsheid verbeeld en geleefd' laat Barbara Roukema-Koning zien dat pastores met 'beelden' (in dromen, in spreken en in verhalen) een kostbaar instrumentarium tot hun beschikking hebben. Vanuit een psychologische verkenning van de functie en het belang van beelden, wordt een verbinding gelegd tussen beelden en spiritualiteit. Door de gevonden inzichten toe te passen op een sprookje van de gebroeders Grimm ('De drie veren') blijkt dat dit verhaal verstaan kan worden als een spirituele gids: het wijst ons in de taal van beelden de weg naar een wijze van mens-zijn waarin kwalitatieve vervulling ervaren kan worden. Ten slotte wordt aangegeven welke elementen uit de geloofspraxis ons kunnen helpen bij het cultiveren van onze innerlijke beelden. Bert Goedhart signaleert een tegenstrijdigheid tussen gemeenteopbouw enerzijds en postmoderne tijd anderzijds. Het begrip gemeenteopbouw suggereert dat er een totaalvisie op kerk- en gemeente-zijn bestaat van waaruit de gemeente maakbaar is. Dit verdraagt zich steeds minder met een postmodern denken en ervaren waarin de grote concepten voorbij zijn. In een uitgewerkte casus ('beraad gemeenteopbouw') laat Goedhart zien hoe deze tegenstrijdigheid zijns inziens kan worden overwonnen. In zijn literatuurbericht 'poimeniek' informeert Tjeu van Knippenberg ons ten slotte over recente publicaties binnen deze praktisch-theologische subdiscipline. Eerst komen publicaties aan de orde die beschouwd kunnen worden als relevant voor de context van interpersoonlijke religieuze communicatie. Vervolgens gaat de aandacht uit naar handelingstheorieën, velden en vormen van interpersoonlijke religieuze communicatie, om ten slotte stil te staan bij enkele specifieke thema's die een rol spelen op dat terrein.
Artikelencluster: ‘Elf bouwstenen’ voor een inloopcentrum: ook toepasbaar in de gemeente? Vier artikelen over openheid en gastvrijheid Sake Stoppels, Het inloopcentrum als gestalte van kerkelijke presentie. Elf bouwstenen (3) Paula Irik, De vreemde metgezel als evangelie. Het feest van de ontmoeting (17) Arlette Toornstra, Een gewone, maar geen alledaagse gemeente (27) Jos van der Sterre, Sake’s bouwstenen: bruikbaar voor gereformeerd Heerde? (37)
Overige artikelen Barbara Roukema-Koning, Levenswijsheid verbeeld en geleefd (45) Bert Goedhart, Gemeenteopbouw en postmoderne tijd. Een innerlijke tegenstrijdigheid (65) Tjeu van Knippenberg, Ontwikkelingen in de poimeniek. Een literatuurbericht (85)
Extra ruimte boven Agenda
Agenda
Data en informatie over studiedagen, trainingen, conferenties, symposia, opleidingen, seminars, congressen, enz. vindt u op deze pagina.